28.11.08

Spookrijders (klik hier en luister naar dit muzikaal griezelverhaal!)

SPOOKRIJDERS

Het was half twaalf, half twaalf geweest,
Hij keerde weer terug van een Zuiders feest.
Door de regen en de mist kon hij niets zien,
Ze stond op de pechstrook van afrit dertien.
Haar haren in slierten om haar gezicht,
Haar huid zo bleek en doorschijnend licht.
Een geur van patchouli en een Indisch kleed
Al vijfentwintig jaar niet meer up to date.

'Wil je een lift?' vroeg hij goedgezind
aan dat mooie lieve kleine bloemenkind.
'Ik ga tot Asse,' antwoordde zij.
'Prima,' zei hij, 'kom er maar bij.'
En ze rilde en ze trilde en ze had het koud.
Ze leek nog zo jong en toch eeuwen oud.
Hij heeft toen zijn jasje om haar heen gelegd.
Om het hippiemeisje met de rode vlecht.

‘Dank u meneer, ik dank u zeer.
De naam is Vera, Vera Van Keer.
Ik werd verrast door dit hondeweer,
Dank u, dank u zeer meneer.’

Er was een leuk liedje op de radio,
Zij vond het blijkbaar toch maar zo en zo.
Plots werd de ontvangst heel erg gestoord,
Hij draaide de knop om en hij reed voort.

'Ik hou meer van de Beatles, hun laatste hit.
Ik vind het zo jammer dat ze net zijn gesplit,'
Zei ze alsof het pas gisteren was gebeurd,
Nee om John Lennon had ze nog niet getreurd.
Keer nu maar weer, Vera Van Keer.
Keer weer tot Asse in dit hondeweer.
Weg is de sfeer, ik dank je zeer.
Keer nu maar weer, Vera Van Keer.

Was ze gevlucht uit een streng internaat,
Of was ze soms afkomstig uit een antiquariaat.
‘Waar moet ik stoppen ?’ vroeg hij kordaat.
‘Bij het station in de Weggevoerdenstraat.’
Hij zette de radio nog maar eens aan.
Hij hoorde een stem, ze klonk heel ontdaan.
Hij zette de radio de radio weer uit
En toen klonk naast hem een akelig geluid.

Bericht op de radio.

'Keer asjeblief weer, maak ommekeer.
Ik kan niet meer, asjeblief meneer.
Keer nu maar weer voor ik krepeer.
Al dat over en weer, ik kan het niet meer.'
Ze sprong uit de auto, hij hield haar niet tegen,
Ze was alweer verdwenen in de mist en de regen.

Op de bank naast hem lag een oud paspoort
Hij bekeek het aandachtig en voelde zich ontspoord:
'Geboren te Asse, Vera Van Keer.
In negentien vijftig'. Zo ongeveer.
Ze was geen vijftig, zijn Vera Van Keer:
Hij hield het bij twintig en geen jaartje meer.
Waar kom je vandaan, Vera Van Keer.
Van waar kom je en van wanneer ?
Waar kom je vandaan, uit welke sfeer ?
Waarheen keer je weer, Vera Van keer ?

Hij stopte in Asse, bij het politiebureau
En toonde haar paspoort en haar foto.
'Waarschijnlijk gestolen,' zei die agent,
'En door jouw liftster vals aangewend.'
Vera Van Keer is al dertig jaar dood,
Haar klein twee PK-tje was nog maar een hoop schroot.
Het was op de snelweg bij afrit dertien,
De spookrijder heeft ze nooit gezien.

En dus keert ze weer, Vera Van Keer.
Ieder jaar weer in het moordend verkeer.
Hij weet nu waar, hij weet ook wanneer.
Een andere sfeer, over en weer.

Hij is naar het kerkhof van Asse gegaan
En heeft heel erg lang bij haar graf gestaan.
Hij kocht chrysanten in een bloemenkraam,
Voor bij haar foto, voor bij haar naam.
Zijn jas nam hij mee, wat gegeneerd.
Die had ze immers over haar zerk gedrapeerd.
Vera Van Keer, geaccidenteerd,
En toch ongedeerd teruggekeerd.

Geen opmerkingen: