18.3.09

Jeugdboekenweek 2009

Het is weer Jeugdboekenweek en waar je gaat langs Vlaamse wegen, kom je wel een jeugdboekenschrijver tegen. In bibliotheken, in culturele centra, in scholen... zie je altijd weer zo ongeveer dezelfde gezichten: doorgaans schrijvers die volop hebben kunnen genieten van de zowel kwalitatieve als kwantitatieve boom van de Vlaamse jeugdliteratuur gedurende de jaren negentig. Zij staan immers nog op de leeslijsten in de scholen, hun werk is nog volop voorradig in de bibliotheken en met een beetje geluk komen ze zelfs de boekhandel binnen. Wat lang niet meer kan gezegd worden van de jonge en/of nieuwe auteurs die de afgelopen tien jaar of zo debuteerden, na drie of vier boeken nog steeds nauwelijks enkele honderden exemplaren verkopen, door Stichting Lezen van de subsidielijst geweerd worden met argumenten die regelrecht indruisen tegen hun eigen criteria, en die het dan maar voor bekeken houden, omdat er gewoon geen doorkomen meer aan is.

Her en der viel weer te lezen dat het goed gaat met de literatuur, ook met de jeugdliteratuur. Niks geen crisis hier, jeugdboeken gaan nog steeds vlot over de toonbank. De vraag is natuurlijk over welke jeugdboeken men het dan heeft. Sla er de Jeugdboeken Top Tien maar eens op na van vrijdag 13 maart, gepubliceerd in De Standaard der Letteren, die geheel en al in het teken stond van de jeugdliteratuur: 2 x Amerikaanse pulp van de nieuwe hype Stephenie Meyer, over wie - onverdachte bron - Stephen King wist te berichten dat ze literair "geen knip voor haar neus waard is", 3 x Geronimo Stilton (toch ook niet meteen literatuur van de bovenste plank), Gert Verhulst met "Bumba met de trein", het grote smurfen verhalenboek van Peyo, en "Kaatje", een lied- en versjesboek.

Het gaat inderdaad prima met de jeugdboekenverkoop, maar of het ook prima gaat met de jeugdliteratuur zou ik niet durven stellen. Van alle Vlaamse schrijvers die momenteel "on the road" zijn en hun werk gaan voorstellen aan vele duizenden kinderen: geen spoor in deze Jeugdboeken Top Tien, geen spoor in de boekhandel, geen spoor in De Standaard der Letteren...

Waar blijven de schrijvers die altijd weer door scholen en bibliotheken gevraagd worden omdat zij echt wel "leesbevorderend" bezig zijn, omdat zij graag gelezen worden door kinderen en jongeren, omdat zij goed kunnen vertellen, omdat zij "gewoon" goeie, interessante, grappige, spannende en herkenbare verhalen schrijven? Door het Vlaams Fonds voor de Letteren worden zij met de nek aangekeken - het is wel een Vlaams Fonds, maar het hoeft niet noodzakelijk ook de Vlaamse letteren te ondersteunen, en dan nog: al die schrijvers van spannende jeugdboeken zijn toch niet "literair" genoeg, zeker? En door Stichting Lezen worden zij geschoffeerd - want ook hier houdt men zich alleen bezig met het promoten van het lezen van het "betere" boek...

Je vraagt je af waar al die steun van het Fonds en al die promotie van Stichting Lezen goed voor is. Afgaand op de Top Tien, kun je alleen maar stellen dat zowel het Fonds als de Stichting compleet in gebreke blijven als het aankomt op het steunen en promoten van de jeugdliteratuur - het hoeft niet eens de Vlaamse te zijn.

Geen opmerkingen: