29.1.10

Loflied voor Karel de Grote

Zoals u wellicht weet, heten alle koningen van Lagelande Karel. We zijn nu toe aan Karel de Tweehonderd Zesenveertigste, bijgenaamd Karel de Dikke. Vrij beroemd zijn ook Karel de Goede, Karel de Stoute, Karel de Ondeugende, Karel de Krankzinnige, Karel de Kale, Karel van de Linker Oever en zijn tweelingbroer Karel van de Rechter Oever, en de koning-dichter die in ballingschap ging: Karel van de Woestijnen. Maar de grootste van al die Karels, was ongetwijfeld Karel de Grote.

Al deze koninklijke Karels hadden nu een lofdichter in dienst, die in een loflied voor het nageslacht moest optekenen hoe dik, goed, stout, ondeugend, krankzinnig, kaal enz... zij wel waren. Indien deze lofdichter zijn opdrachtgever niet dik, goed, stout, ondeugend, kaal enz... genoeg beschreef, ging zijn hoofd eraf. Die lofdichters deden dus altijd hun uiterste best.



 
 
 
Ja, Karel de Grote is zo groot,
dat weet zelfs de grootste idioot.



‘Het kan niet zijn!’ riep een stuk venijn.
‘Zijn vader is zo klein, hij heet de Korte Pepijn!’



Dus mepte Karel hem helemaal dood,
want ja, hij was echt wel zo groot.



Groot is zijn brein en groot is zijn domein
waar een rozijn zo groot is als een konijn!



En zonder chagrijn geef je 'n groot festijn
en onder 'n baldakijn sla je de tamboerijn!



Want doe je dat niet, dan wordt het je dood.
Ja, Karel de Grote is echt wel zo groot!



Hij eet een everzwijn en drinkt een vol vat wijn
en zonder tierlantijn zing ik dit refrein:



‘Karel de Grote... Sapperloot!
Karel de Grote is echt wel zo groot!’









Geen opmerkingen: