De Gruwel van Glamis (Vlaams Filmpje, 6.9.1996)

1./ EEN SCHOTSE VAKANTIE

Alex Groenendaal vond er niks aan. En ook zijn ma was niet bijzonder wild van het idee van pa Groenendaal.
'Als we dit jaar eens op vakantie gingen naar Schotland?' had hij op die onzalige ochtend in juni voorgesteld.
'Naar Schotland?' had Alex uitgeroepen. 'Verleden jaar zijn we toch al eens naar Engeland geweest, in de krokusvakantie?'
'Schotland is Engeland niet,' wees pa Groenendaal hem terecht.
'Maar in de grote vakantie trekken al mijn vriendjes naar het zonnige zuiden, pa! En dan keren ze helemaal bruin terug! Hoe zal ik terugkeren, denk je, na een vakantie in Schotland?'
'Ik heb daar een klus op te knappen. We kunnen er het nuttige met het aangename verzoenen.'
Ma Groenendaal trok sceptisch haar wenkbrauwen op. 'Waarover moet je nù weer een artikel plegen?'
Ze sprak het woord 'artikel' uit alsof ze eigenlijk 'moord' bedoelde. En dat was nog niet eens zo gek bekeken, vond Alex. Een moord werd immers ook 'gepleegd'. Zijn pa was trouwens een heel speciaal soort journalist. Hij werkte free lance, wat betekende dat hij niet aan één krant of weekblad verbonden was, maar zijn reportages en artikels verkocht aan de hoogste bieder.
Die artikels van pa Groenendaal hadden nogal sprekende titels. Flatgebouw fluit te luid, bijvoorbeeld. Of: Slang schiet jager dood. Of nog: Chef-kok kookt al zijn geld.
Je kon het zo gek niet verzinnen, of pa Groenendaal had er wel eens een artikeltje over gepleegd. Soms maakte hij ook heuse reportages. Zo was het gezin Groenendaal het jaar voordien, in de krokusvakantie, op vakantie geweest naar Engeland, om pa Groenendaal toe te laten een reportage te schrijven over De Vampiers van Croglin Grange.[1] En nu wilde pa Groenendaal dus kost wat kost een bezoekje brengen aan Schotland...
'Ik dacht aan een reportage over het kasteel van Glamis,' zei hij. 'Dat is eigendom van de graven van Strathmore, en die zijn familie van de huidige Engelse koningin-moeder.'
'O ja?' Ma Groenendaal wendde zich tot haar zoon. 'Dat klinkt eigenlijk wel interessant, Alex. Vind je niet?'
Alex haalde ontmoedigd zijn schouders op. Als ma haar verzet tegen de plannen van pa zó snel liet varen, kon hij zijn koffers wel gaan pakken.
Pa had haar weer eens psychologisch aangepakt. Zij interesseerde zich immers sterk voor het reilen en zeilen van de Europese vorstenhuizen, en dat wist hij best. Verlovingen, trouwpartijen, scheidingen... ze volgde het allemaal op de voet. Misschien kwam dat omdat ze, als lerares biologie, voornamelijk les gaf over de bloemetjes en de bijtjes.
'Het kasteel van Glamis ligt in het graafschap Angus,' ging pa enthousiast verder. 'Het zou het decor opgeleverd hebben voor het wereldberoemde drama Macbeth, van niemand minder dan de onsterfelijke William Shakespeare!'
'Jaja,' mompelde Alex binnensmonds. 'Doe er nog maar een schepje bovenop!'
'Echt waar?' informeerde ma Groenendaal.
'Echt waar!' knikte pa.
'Even waar als pa's laatste artikel,' gromde Alex. 'Dat over het vliegtuig dat neerstortte na een botsing met een vliegende vis, weet je nog?'
Ma schonk er geen aandacht aan. Alles was verloren, begreep Alex. Ma was verkocht.
'Werd koning Duncan dan in dat kasteel vermoord?' vroeg ma. 'Zoals in het toneelstuk Macbeth?'
'Euh nee, dat niet...' antwoordde pa Groenendaal.
Hij trok een somber gezicht, alsof hij dat persoonlijk ten zeerste betreurde. In werkelijkheid was hij natuurlijk alleen maar bang dat ma Groenendaal alsnog zou gaan protesteren tegen zijn plannetjes.
Toen klaarde zijn gezicht op. 'Maar als ik het me goed herinner, werd koning Malcolm II wel in Glamis met een dolk doodgestoken!' riep hij uit.
Hij begon bijna te juichen, merkte Alex op.
'Ik heb er iets over gelezen in een brochuurtje... In de elfde eeuw gebeurde dat... Naar het schijnt, geeft een vlek die door zijn bloed gemaakt werd, in één van de ontelbare kamers van het kasteel nog altijd de plaats aan waar hij werd vermoord.'
'Wat is geschiedenis toch een intrigerend vak, hé ma?' glimlachte Alex poeslief.
Opnieuw negeerde zijn moeder hem. 'Moet je dààrover een artikel plegen?' vroeg ze aan zijn vader. 'Over de inspiratiebronnen van William Shakespeare? Dat hij het kasteel als decor voor zijn toneelstuk gebruikte en zo? Maar dat er in werkelijkheid een andere koning in vermoord werd?'
Hij knikte. 'Onder andere... En over de spoken van Glamis ook, natuurlijk. Het is immers een opdracht van Primeur.'
Ja, wist Alex. Bij dat sensatieblad hielden ze nogal van spookachtige verhalen.
'Ieder kasteel heeft toch zijn huisspook, daar in Schotland, nietwaar?' grijnsde zijn pa schaapachtig. 'Wel lieve, wat denk je ervan? Trekken we straks naar Schotland?'
'Mij best,' zei ma Groenendaal.
'En jij, Alex? Ga je mee?'
Verder protesteren had geen zin meer, begreep Alex. 'Nou, goed dan maar... Als jullie maar beseffen dat het in Schotland dag in dag uit régent.'
'Juist,' grijnsde pa. 'Het regent daar dat het giet!'
'Dat het klettert, pa!'
'Pijpestelen!'
'Ouwe wijven!'
'Alex toch!' berispte ma Groenendaal hem. 'Je taalgebruik, jongen!'
Maar Alex had er nu eenmaal de pest in. En dat mochten ze best weten.

2./ HET KASTEEL VAN GLAMIS

Ze bereikten het kasteel van Glamis tegen de avond. Zowel pa en ma Groenendaal als Alex waren vermoeid door de lange dagreis. Zoals Alex het had voorspeld, had het overigens de hele dag geregend dat het goot en dat het kletterde. Pijpestelen en ook ouwe wijven. En dat in juli!
Gedurende de hele reis had pa Groenendaal haast aan één stuk door geleuterd over de genoegens die hen wachtten in Glamis Castle. Statig rees de kloeke burcht met de vele torens en kantelen nu voor hen op uit het platteland van het Schotse Angus.
Pa Groenendaal parkeerde de wagen aan de kant van de majestueuze oprijlaan. Zij slingerde zich dwars door het park rond het kasteel naar de ophaalbrug, die neergelaten was. In dat park, herinnerde Alex zich uit de verhaaltjes van zijn pa, doolde een vrouw zonder tong rond. Ze jammerde hartverscheurend en hield de handen voor haar bloedende mond. Maar hoe hard hij zich ook inspande, vandààg viel er alvast geen dolende vrouw zonder tong te bespeuren.
Dat kon natuurlijk ook te wijten zijn aan het tijdstip van hun aankomst. De invallende schemering deed de omtrekken van het kasteel en van de bomen in het park vervagen. Misschien onttrokken de schaduwen de tongloze vrouw aan het gezicht. En voor het spokenuur was het dan weer nog een heel stuk te vroeg!
Ze stapten uit om het kasteel te bewonderen. Sommige gedeelten zagen er écht middeleeuws uit, vond Alex. Andere delen van het imposante bouwwerk waren duidelijk van latere datum. Hij kon zich moeiteloos voorstellen dat achter die dikke stenen muren, waarin nu eens gewoon schietgaten zaten en dan weer tamelijk moderne ramen, meer dan honderd kamers lagen. En in één van die kamers, Duncan's Hall geheten, zou volgens de grote schrijver William Shakespeare dus een zekere koning Duncan vermoord zijn...
'Nou?' glunderde pa Groenendaal. 'Ziet het er nu niet uit als een heus spookkasteel?'
Hij wees naar de klokketoren, die zich aan hun kant bevond van de rechthoek waaruit Glamis Castle bestond. Pal tegen de klokketoren was een vierkante toren aangebouwd.
'Kijk! Daar, in de klokketoren, zou de geest van die zestiende eeuws gravin van Glamis rondspoken, waarover ik jullie verteld heb! En dat is de beruchte Vierkante Toren, waarin omstreeks middernacht al die sinistere, onaardse geluiden weerklinken!'
'Flatgebouw fluit te luid,' knikte Alex.
Zijn spottende opmerking kon echter niet verhinderen dat er een koude rilling over zijn rug liep.
'Sommige mensen geloven dat een geheime kamer, die tot op dit ogenblik nooit is ontdekt, de aangevreten lichamen bevat van de zestien leden van de Ogilvy Clan,' had pa Groenendaal zijn geboeid publiek onderweg verteld. 'Het zouden hun smekende geesten zijn die we nu nog steeds kunnen horen...'
In de zeventiende eeuw had de Ogilvy Clan een bloedvete uitgevochten met de Lindsay Clan. De Ogilvy's zochten een toevlucht in het slot van Glamis. De graaf van Strathmore was, op grond van de wetten van de gastvrijheid, verplicht hen op te nemen. Omdat hij niet de verdenking op zich wilde laden dat hij partij koos voor de Ogilvy's, bracht hij hen echter naar een afgelegen vertrek van het kasteel. Daar sloot hij hen op en liet hij hen verhongeren...
'Vele jaren nadat ze gestorven waren, bleven er nog steeds wanhoopskreten in dat gedeelte van het kasteel weerklinken,' had pa Groenendaal er met rollende ogen aan toegevoegd. 'De dood was er niet in geslaagd hen het zwijgen op te leggen, zodat hun geschreeuw blééf weergalmen tussen die kille, vochtige muren...'
'Dat volstaat, lieve!' had ma Groenendaal daarop gezegd. 'Je moet de jongen niet op ideeën brengen! Straks krijgt hij er nog nachtmerries van!'
Eén van de latere graven van Strathmore had ooit een onderzoek ingesteld naar dat verhaal over de Ogilvy Clan, herinnerde Alex zich. Hij zocht en vond het vertrek waaruit de geluiden schenen voort te komen, deed de deur open, wierp een blik naar binnen en viel prompt bewusteloos achterover in de armen van een bediende.
'Wat had hij gezien?' had ma Groenendaal gevraagd.
'Dàt wilde hij aan niemand vertellen,' antwoordde pa Groenendaal. 'Maar hij liet wél de deur van die bewuste kamer dichtmetselen.'
'Brr... Gezellig hoor!'
'Och,' had pa Groenendaal zijn uiteenzetting nonchalant besloten. 'Als je maar weet dat al die griezelige toestanden volledig in de schaduw gesteld worden door wat men ondertussen de Gruwel van Glamis heeft genoemd...'
'De Gruwel van Glamis?'
'Een geheim, lieve, dat alleen het hoofd van de familie en zijn erfgenamen kennen... Een mysterie, met andere woorden, dat ik mij voorgenomen heb te ontsluieren op de glanzende pagina's van het onovertroffen blad Primeur!'
Alex greep in opperste wanhoop naar zijn hoofd. 'O nee! Je moet dus een reportage schrijven over de Gruwel van Glamis!? Is het niet!?'
'Zo is het, mijn zoon!' zei pa Groenendaal ernstig, en zijn ogen begonnen koortsachtig te schitteren. 'Zo is het maar nét.'

3./ MARTHA & DANIEL

Ze lieten de wagen bij de oprijlaan achter. De poort van het park rond Glamis Castle had open gestaan, en pa Groenendaal beweerde dat hij alles geregeld had voor een verblijf van een week in het oude slot. Hij had contact opgenomen met lord Strathmore, die hem verzekerd had dat een journalist die werkte aan een reportage voor Primeur op zijn volledige medewerking kon rekenen.
Ma Groenendaal dacht er zo het hare over. Ze begon het al jammer te vinden dat ze zich zo gemakkelijk had laten overhalen samen met haar echtgenoot op vakantie te gaan naar Schotland.
Uiteraard blééf zij, ongeacht het barre klimaat, in hoge mate geïnteresseerd door de fascinerende flora en fauna van Schotland. En ze blééf het een prettig vooruitzicht vinden in hetzelfde gebouw te logeren als een familielid van de Engelse koningin-moeder. Hun verblijf hier zou ook het Engels van Alex ten goede komen, daar was ze zeker van. En als hij daarbij nog iets opstak over William Shakespeare, dan was dat eveneens mooi meegenomen. Eéns een lerares, altíjd een lerares, nietwaar.
Maar pa Groenendaal moest niet overdrijven. Dat spookachtig gedoe van hem was niet aan haar besteed. En evenmin aan de opvoeding die zij haar zoon wilde geven.
Voor de rest had ma Groenendaal zo haar twijfels over de organisatorische kwaliteiten van haar echtgenoot. Het kon er bij haar niet in dat lord Strathmore hem van zijn volledige medewerking had verzekerd, toen hij hoorde dat pa Groenendaal een reportage wilde wijden aan de Gruwel van Glamis.
Stel je voor dat pa Groenendaal de waarheid op dit punt enig geweld had aangedaan! Stel je vervolgens voor dat hij vooral had gerekend op zijn goede gesternte, zoals wel eens meer gebeurde, en dat hij zonder toestemming van de lord naar Glamis Castle was gekomen! Stel je ten slotte voor dat de toegang tot het kasteel hem eenvoudig werd geweigerd en dat ze de nacht in hun wagen moesten doorbrengen, mijlenver verwijderd van de bewoonde wereld, verkleumd tot op het bot!
Al deze overwegingen zag Alex weerspiegeld in de ogen van ma Groenendaal, terwijl zij over de houten ophaalbrug liepen en naar de brede, diepe en donkere slotgracht keken.
Aan het eind van de brug zat er een poort in de muur. Op de poort hing een koperen klopper. Alex veronderstelde dat de wachttoren naast de poort bewoond werd door een conciërge of zo, die het geluid van de klopper kon horen.
Pa Groenendaal begon er dapper op los te kloppen, maar de conciërge of zo liet zich niet zien en niet horen. Er brandde trouwens niet eens licht in de wachttoren, realiseerde Alex zich. Het regende nog steeds en hij wenste zich ver weg van deze vervloekte plaats. Op een zonnig zuiders strand, om maar iets te zeggen. Met een prachtig bruin meisje in een leuke, verblindend witte bikini naast zich in het zand.
Eindelijk floepte het licht aan in de wachttoren en er weerklonk een doffe, krakende vrouwenstem. 'Wie is daar?'
'Open the door!' riep pa Groenendaal, met curieuze mengeling van opluchting en wanhoop.
Ondertussen stonden ze immers al met hun drietjes te druipen van de regen.
'Denkt u soms dat ik open doe voor de eerste de beste, sir?'
Daarop begon pa Groenendaal een hele uiteenzetting te houden, in dat malle Engels van hem waar hij zo trots op was geweest, tot een Engelsman van vlees en bloed hem het jaar voordien, tijdens de krokusvakantie, had gevraagd waar hij dat had geleerd. En pa Groenendaal van de onvervalste Engelsman vervolgens te horen had gekregen dat zijn Engels haast even goed was als het Chinees van de Engelsman.
'Goed, goed,' hoorde Alex de vrouw aan de andere kant van de poort ten slotte mompelen. 'Ik ga al om de sleutels... Ik ga al...'
Vijf minuten later keerde ze terug met een sleutelbos. Eerst trok ze alle staven en grendels weg die de poort blijkbaar nog eens extra moesten afsluiten, en daarna pas hoorden de Groenendaals de sleutel in het slot knarsen.

De vrouw bleek Martha te heten. Er lag een grijs waas over haar linkeroog. Toen Alex erin keek, kreeg hij de indruk in een kristallen bol te staren. Martha was de ongeveer negentig jaar oude dienstmeid van lord Strathmore. Samen met haar man Daniel, die nauwelijks een paar jaar ouder was, woonde zij in de wachttoren. Van de rest van het kasteel werden alleen nog enkele kamers in de Vierkante Toren bewoond door lord Strathmore zelf, een krasse tachtiger.
Het was Daniel die hen dit alles meedeelde, terwijl hij hen naar hun kamers in de Vierkante Toren leidde. Hij had een bochel, die bij het lopen voortdurend heen en weer leek te schuiven. De bochel zorgde er ook voor dat hij zich als het ware zijdelings leek voort te bewegen, op de soepel glijdende en tegelijk lichtjes hobbelende manier van een spin. Zijn stem klonk al even dof en krakend als die van zijn vrouw.
'Martha wordt stilaan wat vergeetachtig,' zei hij een beetje vergoelijkend, terwijl hij door de hall van de Vierkante Toren naar een steile trap liep. 'Natùùrlijk wordt u door lord Strathmore verwacht, meneer Groenendaal. Hij was zeer opgetogen met uw komst, geloof me vrij.'
Hij opende de deur van een vertrek op de eerste verdieping, waarin de blik van Alex meteen naar een gigantisch hemelbed toe gezogen werd. Het had groene gordijnen. In de kamer bevonden zich ook een handvol fauteuils en stoelen, die met een vaalgroen fluweel bekleed waren. Er lag een dikke laag stof op en het versleten fluweel leek ernstig door de motten aangevreten.
Daniel opende een tussendeur en Alex stapte een tweede kamer binnen, die op het eerste gezicht identiek was aan de eerste. Alleen had de tweede kamer geen open haard en geen deur die uitgaf op de gang. Ze bood wel dezelfde sombere, kale aanblik als de eerste kamer en het was er eveneens ijskoud. Dat was niet verwonderlijk, want men had de ramen open gelaten om de muf ruikende vertrekken te verluchten. Daniel begon ze nu één voor één te sluiten, met die merkwaardige zijdelings schuifelende bewegingen van hem.
'Zijn de kamers een beetje naar uw zin, sir?'
'Ze zijn uitstekend!' zei pa Groenendaal.
'Dan haal ik straks uw valiezen uit de wagen. Ik hoop dat u daarin nog een stel droge kleren heeft?'
'Zeker, zeker.'
'Goed zo. De kamer van lord Strathmore bevindt zich op de hoogste verdieping van de Vierkante Toren, maar hij zal u ontvangen in het salon, om...' Daniel tastte in het borstzakje van zijn ook al vaalgroen fluwelen vestje en diepte er een zilveren uurwerk uit op. '... om negen uur stipt.'
'Dank u,' zei pa Groenendaal.
'Het salon vindt u op het gelijkvloers, achter de enige deur in de hall. Ik zal Martha vragen vuur te maken in de open haard. Dan zult u het vannacht lekker warm hebben.'
Zonder verder nog een woord te zeggen, glipte Daniel de kamer uit.

4./ DE KWADE HEER

Een onverbiddelijke rook van groen hout joeg hen hun kamer uit. Ze wachtten nog enkele minuten tot het negen uur was geworden. Toen klopte pa Groenendaal op de zware eiken deur van het salon.
'Binnen!'
Hij deed de deur open en aan de overkant van het vertrek zag Alex hun gastheer voor de open haard zitten, die hier gelukkig met droog hout was aangemaakt. Lord Strathmore leunde met de ellebogen op een zware eiken tafel, het hoofd tussen de handen. Hoewel hij 'Binnen!' had geroepen met dezelfde krakende, wat hese stem als zijn bedienden, scheen hij het gezin Groenendaal niet op te merken. Hij leek integendeel volkomen opgeslorpt te worden door zijn eigen donkere gedachten.
Daniel had verteld dat zijn baas 'nog maar net tachtig' was geworden, maar Alex vond hem er al even oud uitzien als de twee bedienden. Hij droeg hetzelfde groenfluwelen vest en dezelfde groenfluwelen broek als Daniel, en ook de stoelen in het salon waren bekleed met het versleten, vaalgroene fluweel dat ze elders al hadden gezien.
Lord Strathmore had geen bochel en er lag geen grijs glinsterend waas over zijn linkeroog. Het was net als het rechter alleen maar bloeddoorlopen, zag Alex. En hij merkte al meteen nog wat anders op: het hoofd van lord Strathmore leek te groot voor zijn te kleine romp, en ook zijn benen bezaten niet de gewenste afmetingen. Lord Strathmore was geen dwerg, maar het scheelde niet veel!
De graaf nam zijn ellebogen van de tafel en zijn handen van zijn hoofd. Hij wierp zijn bezoekers een lange, onderzoekende blik toe. 'Ga zitten!' nodigde hij hen ten slotte uit.
Ze namen plaats op de stoelen, die als in een kring rond de fauteuil van de oude edelman stonden opgesteld.
'Drinkt u wat? Sherry? Water voor de jongen? Ik heb alleen water en sherry in huis, moet u weten.'
'Dat is in orde,' zei pa Groenendaal.
De lord ging naar een tafeltje waarop een fles sherry en een karaf water stonden. Hij schonk pa en ma Groenendaal beverig een sherry uit in vieze glazen, die hij onder het tafeltje had gevonden. Toen hij zichzelf ook een sherry had uitgeschonken, bleken de glazen op te zijn. Met een vage hoofdbeweging zette hij Alex toen maar de karaf water voor.
'U bent verwonderd mij hier alleen te zien,' stelde hij daarop vast. Hij had zich tot pa Groenendaal gewend. Alex en ma Groenendaal leken opgehouden hebben te bestaan voor de lord. 'Zo zonder familieleden om mij heen, en behalve de trouwe Daniel en de oude Martha ook zonder enig personeel...'
Pa Groenendaal nipte van zijn glas en wist niet meteen wat te antwoorden. Dit beloofde een bijzonder gezellig onderonsje te worden, dacht Alex.
'Maar u moet weten dat mijn personeel is gevlucht, meneer, en dat mijn zonen en dochters met mijn kleinzonen en mijn kleindochters naar de Franse Rivièra zijn verhuisd... Hun gezondheid is niet bestand tegen het barre klimaat van Schotland...'
In de verbeelding van Alex doemden opnieuw goudbruine meisjes op, die onder een tropisch zonnetje zalig in het blonde zand lagen te niksen.
'Bovendien had de de gééstelijke gezondheid van zowel mijn personeel als mijn familieleden ernstig te lijden van... van de Kwade Heer, meneer...'
Pa Groenendaal slikte even. 'De Kwade Heer? Bedoelt u de Gruwel van Glamis?'
'Het geluid dat uit de Vierkante Toren opstijgt, meneer... U hebt wellicht reeds één en ander vernomen over de Clan der Ogilvy's? Dat zij door één mijner voorvaderen in de Vierkante Toren zouden zijn opgesloten en uitgehongerd? Dat hun geweeklaag nog steeds weergalmt tussen deze muren?'
'Ja...'
'Welnu, dat is je reinste onzin, meneer! Larie en apekool is het! De door merg en been dringende kreten die worden gehoord in de Vierkante Toren, meneer... Zij worden veroorzaakt door de Kwade Heer! Of beter: door de gillende, door de krijsende schedel van de Kwade Heer!'
Uit zijn ooghoek zag Alex dat zijn ma nerveus op haar stoel heen en weer begon te schuiven. Zijn pa bleef er dan weer heel rustig bij. Hij diepte alleen maar een dictafoontje op uit de zak van zijn jas.
'U hebt er toch geen bezwaar tegen dat ik dit interview opneem?' vroeg hij.
Lord Strathmore wuifde zijn vraag ongeduldig weg en pa Groenendaal schakelde zijn dictafoontje in. 'We hadden het dus over de Kwade Heer,' hielp hij lord Strathmore weer op weg.
'De eerste heer van Glamis...' mompelde lord Strathmore.
Er liep een straaltje kwijl uit zijn rechter mondhoek. De lippen van de oude lord Strathmore begonnen trouwens vervaarlijk te trillen.
'Hij was een laaghartige losbol... Het gokspel en de drank waren zijn lust en zijn leven... Op een stormachtige zondagavond had hij niemand om mee te kaarten. Vloekend trok hij zich terug in zijn kamer. Als het dan niet anders kon, zou hij met de Duivel zélf spelen! Zijn woorden waren nog niet koud, of er verscheen een magere vreemdeling. Met een hoffelijke glimlach bood hij de Kwade Heer zijn diensten aan... De twee begonnen luidruchtig te spelen en aangetrokken door het helse rumoer sloop een knecht de trap op...'
'Déze trap?' onderbrak pa Groenendaal hem.
Hij wees met zijn duim naar de trap waarlangs ze naar hun eigen kamers waren gegaan.
Lord Strathmore knikte traag. 'Déze trap, welzeker... De Kwade Heer woonde toen namelijk op de eerste verdieping van de Vierkante Toren, en daar kaartte hij ook met Satan in eigen persoon... In de kamers die u nu betrekt, om precies te zijn...'
'Goed,' zei pa Groenendaal. 'Gaat u verder.'
Alex zag hoe ma Groenendaal hem steels een trap tegen zijn kuiten gaf. Haar gezicht stond op zeven weken onweer, maar ook dat leek pa Groenendaal niet te deren. Hij rook immers een pracht van een primeur voor Primeur!
'Een knecht sloop dus de trap op en keek door het sleutelgat...' fluisterde lord Strathmore. 'Ogenblikkelijk keek de vreemdeling op van zijn kaartspel en wees naar de deur. Uit zijn vinger schoot een groene lichtstraal, die door het sleutelgat in het linkeroog van de knecht priemde. De knecht werd op slag blind in het linkeroog en gilde het uit. De Kwade Heer draaide zich om. Op dat moment loste de vreemdeling als in rook op. Hij had immers de ziel van zijn tegenstander gewonnen!'
'Een legende!' snoof ma Groenendaal. 'Niks anders dan een dwaze legende, verzonnen door een zootje bijgelovige stommelingen!'
Gelukkig zei ze het in het Nederlands, bedacht Alex. Hoe dan ook, lord Strathmore liet zich niet uit het veld slaan door haar opmerking en vertelde dapper verder.
'De lord bleef nog vijf jaar in leven. Eén keer per jaar kwam de Duivel naar Glamis Castle om zijn ziel op te eisen. De laatste keer nam Satan niet alleen zijn ziel, maar ook zijn hoofd mee. Na de dood van de Kwade Heer verscheen zijn geest regelmatig in het slaapvertrek, waar hij ooit met de Duivel had zitten kaarten. Zijn afstammelingen lieten de kamer dichtmetselen en vanaf dat ogenblik begon de ellende pas goed...'
'Zo is het wel genoeg geweest!' zei ma Groenendaal. 'Ik ga naar bed, lieve!'
Ze stootte pa Groenendaal aan, maar hij bleef lord Strathmore strak aanstaren, alsof hij door de lord of door zijn verhaal was gehypnotiseerd. Zelf maakte ma Groenendaal trouwens ook geen aanstalten om op te staan en het salon te verlaten.
'Er leek immers een vloek op de nakomelingen van de Kwade Heer te rusten...' vervolgde lord Strathmore. 'Zijn zoon stierf in een duel, en die nacht werd in de kamer waar de Kwade Heer met de Duivel had gespeeld, een schril gekrijs gehoord... Zijn kleinzoon stierf kort na een avondmaal met zijn vrouw, en die nacht werd in de dichtgemetselde kamer een schril gekrijs gehoord... Men fluisterde dat hij vergiftigd werd door zijn vrouw... Enkele jaren later werd zij trouwens wegens hekserij op de brandstapel gezet... Soms waart zij nog door de talloze gangen van het kasteel, een vrouw geheel in het wit, met een pannetje in de hand...'
'En hoe zit het nu met die fameuze schedel?' drong pa Groenendaal ongeduldig aan.
'De achterkleinzoon van de Kwade Heer liet de kamer openbreken waarin het gillen werd gehoord,' zei lord Strathmore. 'En wat vond hij daar? Een schedel, meneer... Het hoofd van de Kwade Heer, dat ooit door de Duivel was meegenomen en nu was teruggebracht... Waarom? Ach, meneer, de wegen van Satan zijn ondoorgrondelijk, weet u...'
Lord Strathmore stond op en ging naar de enige kast in het vertrek. Ze stond naast een schilderij, dat nu voor het eerst de aandacht van Alex trok. Op het schilderij was een zestiende of zeventiende eeuwse meneer te zien, die een mantel van groen fluweel droeg. Hij had een rijzweepje in de hand en aan zijn voeten lagen twee jachthonden. De zestiende of zeventiende eeuwse meneer zat op een stoeltje en hield zijn linkerarm uitgestrekt. Zo kwam zijn hand net boven het hoofd van een jongetje, eveneens gekleed in groen fluweel, dat nog geen meter hoog kon zijn. Nochtans had het jongetje het gezicht van een volwassene.
De schilder had het jongetje anatomisch verknoeid, zag Alex. Het hoofd was te groot in verhouding tot zijn romp en er was ook wat mis met zijn benen. Toen keek hij naar lord Strathmore en viel hem de gelijkenis op, zowel in de gelaatstrekken als wat de lichaamsbouw betrof, tussen de lord en het jongetje op het schilderij.
Lord Strathmore opende de kast die naast het schilderij stond en nam er een schedel uit. 'Dit is 'm,' zei hij. 'Telkens er onze familie onheil boven het hoofd hangt... een sterfgeval of wat dan ook... begint de schedel van de Kwade Heer te gillen alsof horen en zien vergaan, meneer... Dààrom kan ik hier onmogelijk méér personeel houden dan mijn ouwe trouwe Daniel en zijn vrouw Martha... Dààrom zijn mijn kinderen naar de Franse Rivièra gevlucht, meneer... Omdat ze de schedel van de Kwade Heer niet meer konden horen...'

5./ HET MONSTER VAN GLAMIS

Het vuur in de vertrekken van de familie Groenendaal was uitgegaan. Buiten had de regen plaatsgemaakt voor een dikke mist, die ook in het kasteel zelf leek door te dringen. Alex voelde een ongezonde vochtigheid op zijn schouders vallen.
'Ik haal Daniel,' zei ma Groenendaal. 'Hij moet vuur maken met droog hout, en hij moet ons de badkamer en de toiletten tonen...'
'Als ze dat hier al kennen...' bromde Alex.
'Er moet toch érgens een badkamer te vinden zijn in dit gebouw?' riep ma Groenendaal uit.
Alex grinnikte. Zijn ma had heel wat gevoel voor hygiëne. Drie maal per dag je tanden poetsen en op z'n minst één keer onder de douche of in bad. Zo hoorde dat. Ze kon zich eenvoudig niet voorstellen dat er mensen waren die het twee of zelfs meer dagen zonder bad of douche konden stellen.
'Hoe dan ook, ik wil morgen een warm bad nemen!' zei ma Groenendaal. 'En ik heb geen zin om vannacht uren door dit gebouw te gaan dwalen, als er toevallig iemand naar het toilet moet.'
Toen er geen reactie kwam van pa Groenendaal, beende ze de kamer uit, op zoek naar Daniel. Alex had met haar te doen. Het was al elf uur geworden en zo in je eentje door die doolhof van lange gangen lopen, over het doodse binnenplein, naar die akelige wachttoren... nee, een prétje kon dat niet zijn. Maar van pa Groenendaal hoefde je nu niks meer te verwachten. Hij was druk bezig met het beluisteren van het 'interview' dat hij lord Strathmore had afgenomen en het maken van notities.
Alex ging voor de spiegel in zijn kamer staan. De vochtigheid had zich verdicht tot een dun waas dat op het spiegeloppervlak was neergeslagen. Hij keek door de nevelsluier naar zijn gezicht in de spiegel. Het zag zo bleek en het was zo... loodkleurig, dat Alex onwillekeurig omkeek om te zien of er soms iemand àchter hem stond, aan wie dit spookachtige spiegelbeeld écht toebehoorde. Maar Alex was alléén in de kamer. Gauw liep hij naar het andere vertrek en ging daar naast zijn pa zitten, die nu driftig op zijn draagbare tekstverwerker zat te tokkelen.
Een kwartiertje later keerde ma Groenendaal terug, met Daniel in haar kielzog. Hij droeg een mand met houtblokken. Dròge houtblokken.
'Die vent is gek!' zei ze in het Nederlands.
Toen pa Groenendaal niet reageerde, porde ze hem aan. 'Jouw lord Strathmore vertelt alleen maar onzin, mijn lieve jongen! En ik hoop voor jou dat je die onzin niet gaat publiceren!'
Pa Groenendaal keek op. 'Wat bazel je nou?'
'Vraag het Daniel maar!' wees ma Groenendaal naar de knecht, die probeerde een vuurtje te stoken in de open haard. 'Die geschiedenis van de Kwade Heer, zijn gillende schedel en zo... Verzinsels zijn het! Pure verzinsels!'
Ze wendde zich tot Daniel en herhaalde haar boodschap in het Engels en in enigszins beschaafder bewoordingen.
'Dat is juist,' zei Daniel. 'Die goeie ouwe lord Strathmore heeft ze niet alle vijf meer op een rijtje... Hij begint de dingen een beetje door elkaar te halen... Dat van de Kwade Heer is een verzinsel, inderdaad... De Gruwel van Glamis is van een heel andere aard...'
'Hoezo?' vroeg ma Groenendaal. 'Bestaat er dan nog een àndere Gruwel van Glamis?'
'Er bestaat maar één échte Gruwel van Glamis,' zei Daniel bedaard. 'Hebt u het portret gezien in het salon?'
'Ja!' antwoordden de Groenendaals in koor.
'De Vierkante Toren bevat geheime vertrekken,' vervolgde Daniel, zonder verder op het portret in te gaan, 'waarin de geesten huizen van het geslacht Strathmore, dat al eeuwenlang over Glamis heerst. Zoals bij zoveel adellijke families kent de geschiedenis van de graven van Strathmore zwarte bladzijden... Sommige gebeurtenissen die zich binnen deze muren hebben voorgedaan, zijn in de loop der jaren in het vergeetboek geraakt. Andere zijn wellicht in de doofpot gestopt...'
Pa Groenendaal schakelde zijn dictafoon in.
'Zo gaat er bijvoorbeeld het gerucht dat in een geheime kamer in de Vierkante Toren een monster gevangen zit...'
'Een geheime kamer?' vroeg ma Groenendaal ongelovig. 'In deze toren?'
Daniel knikte. 'Enkele jaren geleden geloofden een aantal gasten van lord Strathmore evenmin dat er zich hier in deze toren een verborgen kamer kon bevinden. Ze besloten het geval te onderzoeken en spraken af dat ze een stuk linnengoed uit ieder raam zouden hangen, waar ze bij konden komen. Toen ze daarna allemaal buiten gingen staan, ontdekten ze dat er uit wel tien ramen géén laken hing. Het kasteel en zijn torens vormen een doolhof, meneer, mevrouw... Een doolhof waarin u gemakkelijk kunt verdwalen, op zoek naar een badkamer...'
Ma Groenendaal kleurde lichtjes.
'Hoe reageerde lord Strathmore op het onderzoek van zijn gasten?' waagde Alex het te vragen.
Eerlijk gezegd, vond hij de lord maar een sinister heerschap. Net als deze Daniel en zijn vrouw, trouwens.
'Hij kreeg een woede-uitbarsting, zoals ik er zelden één van hem heb meegemaakt,' antwoordde Daniel mijmerend. 'Enkele jaren later zei hij trouwens tegen een vriend die hem naar de Gruwel vroeg: "Als je wist wat het was, zou je God danken dat je niet in mijn plaats was!"'
'Niemand weet dus wat die Gruwel van Glamis precies inhoudt?' vroeg pa Groenendaal.
'Niemand buiten de familie Strathmore weet welke vorm de helse verschrikking aanneemt,' knikte Daniel. 'En er zijn bewijzen voor dat het niet alleen maar een verzinsel is! Er verbergt zich een afschuwelijk mysterie binnen deze grimmige stenen muren... En de waarheid is alleen bekend aan de graaf van Strathmore... De traditie wil immers dat de vader het geheim aan iedere erfgenaam van Strathmore vertelt, op zijn éénenwintigste verjaardag...'
'Maar de Gruwel van Glamis heeft iets te maken met dat portret in het salon?' drong pa Groenendaal aan.
'Het monster dat in een geheime kamer van deze toren verborgen zou zitten,' fluisterde Daniel, 'zou best eens een halfmenselijke afstammeling kunnen zijn van een reeds lang overleden lord Strathmore... Een vampierachtig wezen misschien, dat eens in de zoveel generaties in het geslacht voorkomt... Ooit zou er in de familie Strathmore ook een monsterachtig kind geboren zijn, dat zo afzichtelijk was dat alleen al een blik in zijn richting tot waanzin kon leiden... Het monster bleef in leven tot op een onnatuurlijk hoge leeftijd. Er zijn zelfs mensen die beweren, dat het monster nog altijd voortleeft in de afgesloten geheime kamer van de Vierkante Toren...'
Daniel lachte hinnikend. Zijn bocheltje huppelde daarbij vrolijk op en neer.
'Maar daarover zal lord Strathmore jullie wel niks verteld hebben, hé? Nee, over die kwestie zwijgt de goeie ouwe lord als vermoord... Lord Strathmore mag dan een beetje verward zijn, gek is hij nog lang niet... Griezelige legenden over Glamis vertellen, dat kan geen kwaad... Dat trekt zelfs toeristen aan... Maar de wààrheid, vrienden... De wààrheid...'
Zijn stem stierf weg tot een bijna onhoorbaar, lispelend soort gefluister dat Alex onwillekeurig deed denken aan de wind die door spleten en kieren van het kasteel floot. Flatgebouw fluit te luid, dacht hij.
'In de vorige eeuw werd het kasteel eens bezocht door een jonge vrouw... Ik heb dat verhaal nog gehoord van mijn grootvader, die hofmeester was van de toenmalige graaf van Strathmore... De jonge vrouw stond erop in de kamer te worden ondergebracht, waarin volgens de legende de Kwade Heer zou gespeeld hebben met de Duivel, en zijn schedel sindsdien nogal eens aan het gillen durfde slaan... Ze hield nu eenmaal veel van spookverhalen...'
Daniel gooide nog een blok in het vuur, met een snelle zijdelingse beweging die Alex opnieuw deed denken aan een spin. Hij kreeg er kippevel van.
'De jonge vrouw ging rustig slapen... Toen ze wakker werd, was haar slaapkamer veranderd in een cel met slechts één klein raampje, hoog in één van de muren... Ze hoorde iets bewegen... Het klonk als het zachte schuren van een lichaam over de grond... Ze hoorde een gewricht kraken en toen... Toen stond er voor haar plotseling een gekromd wezen met broodmagere armen en een afzichtelijke kop... Een helse combinatie van alles wat gruwelijk en beestachtig is... Het schepsel schuifelde op haar af, maar gelukkig werd er op dat moment aan de deur gerammeld... Het geluid deed het monster als bij toverslag verdwijnen... De hevig geschrokken vrouw rende de toren uit en keerde nooit meer terug naar Glamis...'

6./ DE GRUWEL VAN GLAMIS

Het grote hemelbed met de groene gordijnen was een zwarte vlek in de donkere diepte van de kamer. Ze hadden de deur tussen het vertrek van pa en ma Groenendaal en de slaapkamer van Alex open laten staan, zodat de warmte van de open haard zich door de beide kamers kon verspreiden. In de slaapkamer van Alex bevond zich immers geen vuur.
De gordijnen van het hemelbed waren zorgvuldig gesloten. Alex stak de olielamp aan, die op een tafeltje bij de tussendeur stond. In dit deel van de Vierkante Toren was er immers geen elektriciteit aangelegd. In ieder geval had hij hier nog nergens een stopcontact gezien, evenmin als een vertrouwde moderne TL-buis of een halogeenspotje.
De olielamp begon haast meteen een doordringende, misselijk makende geur te verspreiden. Maar Alex voelde er weinig voor zich in het donker uit te kleden. Hij keek naar de gordijnen. Bewogen ze? Het tochtte hier dan ook vreselijk. Even had hij de indruk het grijnzende gezicht van een oude kerel tussen de sombere plooien te zien verschijnen en vliegensvlug weer verdwijnen. Het gezicht van lord Strathmore? Of dat van Daniel? Inbeelding natuurlijk!
Alex trok snel zijn kleren uit, deed zijn pyjama aan, trok één van de gordijnen open en draaide de olielamp uit. Hij zette ze naast het ledikant op een krukje, legde er de lucifers bij en kroop in bed.
'Alles in orde, Alex?' riep ma Groenendaal vanuit haar slaapkamer.
'Alles in orde, ma!'
'Slaapwel dan!'
'Slaapwel!'
Maar Alex had nauwelijks een tiental seconden in de duisternis liggen staren, of hij besefte al dat er helemaal niks in orde was en dat hij vannacht waarschijnlijk niet zo wel zou slapen. Het matras, de lakens, de dekens en de gordijnen van het hemelbed leken doortrokken van een bijtende geur, die hem deed denken aan schimmel en de bittere rook van groen hout. Ze wasemden hetzelfde muffe luchtje uit dat hij ook in de hele gebouw had waargenomen, in alle kamers van de Vierkante Toren. Om die geur naar buiten te jagen, hielden Daniel en Martha wellicht de ramen zo veel mogelijk open. Al kon de mist dan naar binnen sluipen om alles te doordrenken met een klamme vochtigheid. Hier, in het hemelbed, leek die geur echter nog nadrukkelijker aanwezig te zijn. Tussen deze zware groene gordijnen kon er eigenlijk al sprake zijn van een regelrechte stànk, alsof het luchtje dat het hele gebouw verpestte in het hemelbed zijn oorsprong vond.
Alex durfde zijn mond haast niet meer te openen, uit angst die walgelijke stank in te ademen. Met open ogen lag hij naar de hemel van zijn bed te staren. Toen werd zijn aandacht getrokken door een beweging boven zijn hoofd. Een ijskoude, stinkende ademtocht streek langs zijn gezicht. In een flits dacht Alex aan het verhaal van Daniel, aan het gruwelijke visioen dat de negentiende eeuwse jongedame had gezien in deze kamer. En met een schok realiseerde hij zich dat de deuren van hun kamers niet afgesloten konden worden, bij gebrek aan sleutels. De gedrochten die bij nacht door de doolhof van gangen dwaalden waaruit de Vierkante Toren bestond, konden dus moeiteloos in hun kamers doordringen...
Nee, hij droomde niet! Daar bewóóg iets! Verborgen de gordijnen van het hemelbed misschien een soort helse machine voor het oog, die bestemd was om de argeloze slaper in zijn slaap plat te drukken of te verstikken? Hij dacht aan het verhaal van Edgar Allan Poe, dat zijn vader hem ooit had verteld. In dat verhaal was een man opgesloten in een put, waarboven een slinger hing. De put werd voortdurend nauwer en de slinger daalde en daalde en beschreef steeds kleinere rondjes om het hoofd van de arme gevangene... Net zo voelde Alex zich nu. Het matras kwam naar omhoog en de hemel van het bed daalde en ten slotte zou hij stikken in de stank die tussen de zware gordijnen hing en geplet worden tussen het klamme matras en de duistere hemel.
Daar bewoog iets en... en daar was ook de adem weer en... en zag hij daar ook geen twee ronde groene ogen die star en schitterend van haat naar hem staarden en loerden en...? Alex kon het niet langer uithouden. Met de bedoeling zich tussen zijn ledikant en de muur te laten glijden, om vervolgens de kamer uit te rennen en zijn toevlucht te zoeken bij pa en ma, stak hij een been uit bed. Zijn voet raakte een kil voorwerp aan en opnieuw streek de ijskoude adem over zijn gezicht. Vlakbij hem... klàpperde iets en Alex slaagde er maar op het laatste nippertje in een kreet van angst te onderdrukken.
Met trillende vingers tastte hij naar de olielamp. Zijn zoekende hand vond het krukje, het doosje lucifers, het gladde oppervlak van de lamp. Hij nam ze op, trok ze naar binnen en streek een lucifer af. De groene gordijnen om hem heen ritselden op de tochtstroom en de lucifer waaide uit. Alex streek een nieuwe lucifer af, beschermde het vlammetje in de holte van zijn hand en stak de olielamp aan. Toen trok hij het gordijn opzij, aan de kant van het bed waar hij zijn been naar buiten gestoken had en waar zijn voet een kil voorwerp had gevonden. En deze keer kon Alex zich niet bedwingen. Hij slaakte een kreet van afgrijzen, die lang bleef nagalmen door de holle gewelven. In het zwakke licht van de olielamp had hij daar immers een mat glanzend doodshoofd zien liggen! De schedel van de Kwade Heer! In het linkeroog gloeide een kwaadaardig groenachtig licht hem tegemoet!
Alex gilde nogmaals tegen de schedel en deze keer gilde de schedel terug. Het klonk klaaglijk en droevig, als het knarsen van beenderen op steen.
'Alex! Wat gebeurt er!?' Dat was de stem van pa Groenendaal.
Alex keek op. In de deuropening stond zijn vader, in pyjama, met een olielamp in de hand. Achter hem verscheen ma Groenendaal, eveneens in pyjama.
'De schedel...' stamelde Alex, en hij wees met een hevig trillende hand naar het doodshoofd naast zijn bed. 'De schedel van de Kwade Heer! Hij gilde! De Gruwel van Glamis gilde!'
Ma Groenendaal kon als geen ander op een sceptische manier haar wenkbrauwen optrekken. Dat deed ze ook nu.
'Gillen? Ik vond dat het eerder leek op piepen.'
Ze knielde bij het doodshoofd neer, nam het op en schudde het even heen en weer. Er was geen twijfel mogelijk: de schedel krijste, twee keer kort na elkaar, nog duidelijker en smartelijker dan de eerste maal.
'Zie je wel!' riep Alex uit. 'Zie je wel!'
Toen waren er plotseling van alle kanten vreemde geluiden te horen. Kleine scherpe kreten, het kraken van beenderen die verpletterd worden, de ringen van de gordijnen die tegen elkaar sloegen, het klapperen van de gordijnen zelf dat klonk als het klepperen van machtige vleugels die alleen maar konden toebehoren aan één of andere Verschrikkelijke Vogel des Doods...
Alex sprong uit bed en liep naar zijn ouders toe. Uit zijn ooghoek zag hij nog net, in het oranje licht van zijn olielamp, hoe een vormloze massa zich aftekende op de plankenvloer en achter hem aan kroop. Een spinachtige schaduw was het, die met onmenselijke zijdelingse bewegingen naar hem toe leek te kruipen.
Samen met zijn vader rende Alex de slaapkamer van zijn ouders in. Ze zochten dekkingen achter het hemelbed dat daar stond en schreeuwden het allebei uit van angst en afgrijzen.
'De Gruwel van Glamis!' schreeuwden ze. 'De Gruwel van Glamis!'
Alleen ma Groenendaal schreeuwde niet. Ze stond nog steeds rustig met het de schedel van de Kwade Heer in haar handen en scheen aandachtig te luisteren naar de afschuwelijke geluiden die hij voortbracht...

7./ HET GEHEIM VAN LORD STRATHMORE

In het heldere licht van de ochtend ziet wat bij nacht en ontij nog een heuse verschrikking leek er altijd heel gewoontjes uit. Toen de dageraad aanbrak, gooide Alex dan ook de ramen van de slaapkamer van zijn ouders open en ademde met volle teugen de nevelachtige lucht in. De eerste schuchtere stralen van de vroege zomerzon braken door de wolken en verwarmden zijn kille botten. Zwaluwen kwetterden bij de oude muren van het kasteel en zochten naar de beste plaats, het meest beschutte hoekje, om er hun nestje te bouwen. Hun angst van die nacht kwam Alex plotseling erg kinderachtig voor. Alleen het vieze geurtje dat nog steeds in de kamer hing, herinnerde hem aan de helse verschijnselen die zich - zo had hij zich pas later gerealiseerd - stipt om middernacht hadden geopenbaard.
Pa Groenendaal zat, in een wollen deken gewikkeld, naast zijn hemelbed op een stoel te suffen. Alex en zijn vader hadden de rest van de nacht voor alle zekerheid in het eerste vertrek doorgebracht. Ma Groenendaal daarentegen was in de slaapkamer van Alex gebleven. Alex vreesde dat de spookachtige gebeurtenissen haar gezond verstand hadden aangetast, maar ma Groenendaal beweerde dat ze alleen maar 'enig wetenschappelijk onderzoek' wilde verrichten. Ze had zelfs de tussendeur gesloten!
Alex wilde net de tussendeur openen om te kijken wat er van zijn moeder was overgebleven, toen de deur van de slaapkamer van zijn ouders werd geopend en ma Groenendaal, fris gewassen en al helemaal opgetut, in de deuropening verscheen.
'Waar kom jij vandaan?' stamelde Alex.
'Uit de badkamer,' antwoordde ma Groenendaal. 'Jullie sliepen allebei nog en ik wilde jullie niet wakker maken. Ik ben dus stilletjes een bad gaan nemen.'
Pa Groenendaal trok met enige moeite zijn ogen open en keek zijn echtgenote slaapdronken en lichtjes verward aan.
'Ik heb Daniel gevraagd een ontbijt voor ons klaar te maken en het naar onze kamer te brengen. Daarna mocht hij een afspraak maken met lord Strathmore.'
'Een afspraak met lord Strathmore?' brabbelde pa Groenendaal onbegrijpend.
'Ik verwacht hem hier om negen uur stipt,' knikte ma Groenendaal. 'Nadàt we ontbeten hebben. Lord Strathmore én zijn bedienden.'
'Je verwacht hem hier om negen uur stipt... Waarom?'
'Om het geheim van de Gruwel van Glamis te ontsluieren, dààrom,' zei ma Groenendaal eenvoudig.

Ze ontbeten. Met ham en eieren, uiteraard. Tijdens het ontbijt weigerde ma Groenendaal ook maar één woord te lossen over de resultaten die haar nachtelijk onderzoek hadden opgeleverd. Ze had er duidelijk schik in.
Stipt om negen uur werd er op de deur van hun kamer geklopt.
'Binnen!' zei ma Groenendaal.
Lord Strathmore verscheen, met in zijn kielzog Daniel en Martha.
'Ga zitten!' zei ma Groenendaal. 'Er is nog wat koffie over.'
Het drietal nam plaats. Niemand wenste koffie. Martha keek ma Groenendaal met haar ene goede oog achterdochtig aan. Lord Strathmore leek in sombere overpeinzingen verzonken en Daniel schoof zenuwachtig zijn bocheltje heen en weer.
'Dan kunnen we meteen met de deur in huis vallen? Prima, hoor!' glunderde ma Groenendaal.
Ze ging de kamer van Alex in en keerde terug met het doodshoofd dat ze die nacht bij zijn bed hadden gevonden.
'Alstublieft,' zei ze, en ze legde de schedel in de schoot van Daniel. 'Jij hebt die vannacht toch in de kamer van mijn zoon gelegd, hé Daniel?' Ze wendde zich tot Martha. 'Of heb jij dat gedaan, Martha? Nu ja, het doet er niet toe. Eén van jullie beiden heeft het gedaan. De deuren van de kamers in de Vierkante Toren hebben wel een slot, maar geen sleutel. Zelfs de badkamer kan niet afgesloten worden. Jullie kunnen dus overal vrij in en uit. En de kans is klein dat iemand die in een hemelbed slaapt, tussen die zware gordijnen, zal zien of horen dat een onbekende zijn kamer binnensluipt.'
'Waar wilt u heen, mevrouw Groenendaal?' vroeg lord Strathmore vermoeid.
'Naar het toneelstukje dat u hier van plan bent op te voeren voor uw toekomstige gasten, lord Strathmore!'
'Toneelstukje?'
'Precies! Je kunt het merken aan het hele gebouw en ook aan het feit dat er nog maar drie mensen in Glamis Castle wonen: een edelman en slechts twee bedienden... U kampt met financiële problemen, nietwaar lord Strathmore? U slaagt er zelfs niet meer in uw familiebezit, dit kasteel, te onderhouden zoals het hoort! Nietwaar?'
Lord Strathmore schraapte de keel, alsof hij wilde protesteren, maar er kwam geen woord over zijn lippen.
'Misschien worden die financiële problemen mede veroorzaakt door uw zonen en dochters die met uw kleinzonen en kleindochters uw centen zitten op te maken in het zonnige zuiden, aan de Franse Rivièra. Maar daar wil ik het verder niet over hebben, want dat zijn allemaal mijn zaken niet. Ik wil het met u hebben over het aanbod van die journalist van Primeur, om een stukje te schrijven over Glamis Castle, een kasteel met een spookachtig verleden... U ging bijzonder gretig in op het voorstel van mijn man, lord Strathmore. Hij mocht onmiddellijk met zijn gezin in uw kasteel komen logeren, voor een hele week nog wel!'
'Voor het geslacht Strathmore is gastvrijheid nooit een loos woord geweest,' mompelde de graaf zwakjes.
Ma Groenendaal glimlachte. 'U had namelijk een ideetje gekregen, lord Strathmore,' ging zij meedogenloos verder. 'Als u die journalist zo ver kon krijgen dat hij niet alleen over de legenden en het spookachtige verleden van Glamis schreef, maar ook in geuren en kleuren beschreef hoe het er nù nog aan toe ging, dan... Dan was het best mogelijk dat zijn artikel enige toeristen naar uw kasteel lokte, die zich niet zouden storen aan het gebrek aan comfort, zolang ze maar prettig bezig gehouden werden door uw Gruwelen van Glamis, hé? Die toeristen zouden het nieuws verspreiden dat het nog altijd spookte in Glamis Castle, en geen klein beetje ook! En zo zou er een heuse stroom nieuwsgierigen op gang komen, die bereid zouden zijn voor een verblijf in uw kasteel een aardig bedrag neer te tellen, dat uw financiële problemen wellicht iets kon verlichten.'
Pa Groenendaal liet de lucht fluitend tussen zijn tanden ontsnappen. Het begon hem zo stilaan te dagen dat zijn reportage, dank zij zijn echtgenote, waarschijnlijk een heel andere kant uit zou gaan dan hij eerst gedacht had.
'Er was maar één probleem, lord Strathmore. U kende meer dan genoeg griezelverhalen die u en uw trouwe bedienden konden opdissen aan de toeristen, maar wanneer een échte spookachtige manifestatie uitbleef, zouden die uw gasten niet kunnen overtuigen, hé? Dus besloot u een paar spookachtige toestanden in scène te zetten.' Ze wees naar de schedel die nog steeds in de schoot van Daniel lag. 'Waar hebt u die schedel gevonden?'
'In een grafkelder die bij het kasteel hoort,' antwoordde de graaf. Hij klonk als een edelman die op het punt stond onthoofd te worden onder de guillotine. 'Hij is écht van één van mijn voorouders, hoor!'
'Best mogelijk,' zei ma Groenendaal. 'Maar uw Kwade Heer heeft er niks mee te maken.'
'Hoe komt het dan dat ik hem heb horen gillen!?' vroeg Alex.
'Niet gillen, Alex,' verbeterde ma Groenendaal hem. 'Piépen.'
Ze griste de schedel uit de schoot van Daniel en nam hem in haar handen. Ze stak haar vingers in de opening van het achterhoofd en haalde er enkele eindjes touw en stukjes oud linnen uit.
'Zoals gewoonlijk rond deze periode,' zei ma Groenendaal, 'zit er een nest vleermuizen in.'
Nu knielde ze neer en schudde ze de schedel heen en weer, vlak boven de grond. Er weerklonk een gepiep dat in het daglicht niets griezeligs meer had. Het volgende ogenblik vielen er twee jonge vleermuisjes uit. De kleine kale beestjes sloegen hun vleugels op en neer, maar ze waren nog te zwak om weg te vliegen en dus konden ze voor de rest alleen maar protesterend piepen tegen hun behandeling.
'Wat de spookachtige verschijnselen in en rond het hemelbed van Alex betreft...' zei ma Groenendaal, terwijl ze zich oprichtte. 'Eerst en vooral was het mij opgevallen dat alle deuren en ramen hier overdag open werden gezet.'
'Dat doen we om de kamers te verluchten,' zei Martha. 'De meeste ervan zijn al jaren onbewoond. Je kunt ze niet gesloten houden. Dat is ongezond.'
'Zeer juist,' antwoordde ma Groenendaal. 'En toen hebt u, op zekere dag, een vreemde ontdekking gedaan...'
'Die ontdekking heb ík gedaan,' onderbrak Daniel haar.
'En ík heb hem gezegd dat het beest kon blijven,' voegde lord Strathmore eraan toe. 'Je wist immers nooit... Misschien kwam hij nog van pas...'
'Zeer goed gezien, lord Strathmore!'
Ma Groenendaal liep de kamer van Alex in en deed de anderen teken dat ze haar mochten volgen. Ze gehoorzaamden onmiddellijk en gingen met z'n allen rond het hemelbed staan.
'Ik heb de tafel vannacht bij dit bed gezet, en op de tafel heb ik een stoel geplaatst, en toen ben ik op die stoel geklommen... En weten jullie wat ik daar zag, op de hemel van Alex' bed?... In de duisternis zag ik twee ogen schitteren... Twee ronde, verschrikte ogen in een lelijk gezicht...'
'De Gruwel van Glamis,' fluisterde Alex.
'Een nachtuil, Alex,' zei ma Groenendaal, 'die zijn intrek had genomen boven op de bedhemel, waar hij nestelde te midden van de vieze restanten van zijn eetmalen... Beenderen van muizen, ratten, zelfs van jonge konijnen... Die overblijfselen én de uitwerpselen van de nachtuil zorgden voor de walgelijke stank die in het hemelbed hangt en voor een aantal van de vreemde geluiden die we hebben gehoord... Het was de nachtuil die de gordijnen van je hemelbed in beweging bracht, Alex.. Het was zijn schaduw die je hebt gezien... Het waren zijn ogen die jij zo hels zag schitteren... En het waren zijn vleugels die je hoorde klapperen en die de lucht in beweging brachten, zodat het leek alsof er een ijskoude adem over je gezicht streek...'
'U gaat dit toch niet aan de grote klok hangen?' jammerde lord Strathmore. 'Hoe moet het dan met mij en mijn kasteel?'
Ma Groenendaal grinnikte. 'Ik heb zelf ook nog wel een paar ideetjes om toeristen naar uw kasteel te lokken... Maar nu, mijn beste lord, wil ik eerst écht van mijn vakantie genieten. Mag dat?'
En zo werd het toch nog een leuke vakantie. Voor iederéén.


[1]Zie ook het gelijknamige Vlaamse Filmpje, nr. 2125 (16/9/1994).

Reacties

Podcast van Patrick Bernauw: Mysterieus België